De reis door Marokko was er een waarbij we van hoogtepunt naar hoogtepunt gingen. We hebben ontzettend genoten van dit mooie land. En dat zie je terug aan de enorme berg foto’s waar ik mee thuis kwam. Als je nou geen zin of tijd hebt om alle foto’s bij de verslagen te bekijken, heb ik hier een favorietenlijstje van m’n foto’s gemaakt. Het is een beetje een combinatie geworden van foto’s ‘waar ik trots op ben’ en foto’s ‘die vooral een belangrijk moment of sfeer laten zien’.
Fez
Dag 1 – Reis naar Fez
Vanmorgen was ik al heel erg vroeg wakker. En ook Renske kwam al heel erg vroeg richting onze kamer gevlogen na een enge droom. We zaten dus op tijd aan de ontbijttafel in de tuin. De eigenaresse liep het vuur uit haar sloffen, want er moesten ineens drie gezinnen gevoed worden. Wij hadden geen haast, want we hadden enkel een autorit van 4.30 uur op het programma staan en die hadden we grotendeels al eens gereden. Het was geen hele interessante route.
We pakten de auto in en namen afscheid van de gastvrouw. Ik zag Tieme al een beetje benauwd kijken: “o nee, moet ik nu weer deze vreemde mevrouw kussen?” Bij het ontvangst had ze dat namelijk wel verwacht van de kinderen. We vroegen haar er naar hoe het nou zat, dat kussen bij begroeting, want eerder hadden we vrouwen elkaar oneindig veel zien (lucht)kussen. Ze legde uit dat je in principe twee kussen geeft als begroeting (geldt voor vrouwen en kinderen), maar zonder de wangen te raken. Vervolgens vraag je hoe het met je man gaat (2 kussen), en met het eerste kind (2 kussen), het tweede kind (2 kussen), het derde kind (2 kussen) etcetera etcetera.
De gastvrouw was zo a-typisch Marokkaans, modern en excentriek dat we haar moeilijk konden plaatsen als Marokkaanse. Maar dat was ze wel, vertelde ze. Ze had in Frankrijk gestudeerd en was daarna terug naar Marokko gegaan, waarna ze werkte als regisseuse in de filmindustrie (ah, vandaar het excentrieke). Het was leuk om ook deze vrijgevochten kant van Marokko te leren kennen. Ze runde als weduwe en dame alleen deze accommodatie. Hoeveel alleenstaande, oude vrouwen hadden we niet op straat zien bedelen….. In Marokko ben je als vrouw nergens zonder familie als vangnet.
We vertrokken richting onze laatste bestemming in Marokko: de koningsstad Fez. We lieten het Rifgebergte achter ons en reden terug in zuidwaartse richting.
We passeerden enorme geelgekleurde heuvels. De oogst was al binnen. Wat resteerden waren oneindige gele vlaktes, met soms een patchwork aan bruin. Prachtig om te zien.
Ondanks de slechte staat van de weg hier en daar, verliep de reis voorspoedig. Om 14.45 uur reden we zonder zoeken zo naar ons riad, aan de rand 50 meter de medina in. Voor we het goed en wel in de gaten hadden lag onze bagage al in een handkar. Nouja, vooruit, net zo makkelijk, want dan kon Jasper gelijk door om de auto naar het verhuurbedrijf terug te brengen. De handkarman vond de 2enhalve euro fooi te weinig, maar hij kon me wat; het was echt nog geen 2 minuten lopen. Bovendien had ik ook niet meer, want Jasper had het geld mee. Ook Jasper was bij de entree van de medina aangesproken door iemand die geld wilde enkel omdat Jasper even had stil gestaan met de auto om ons met alle bagage uit te laten stappen. “For the parking”. Ja doei, we zijn niet van gisteren he! Dat was de eerste kennismaking met Fez.
Bij de riad werden we ontvangen met muntthee, terwijl we wachten tot Jasper terug was van het autoverhuurbedrijf, 2enhalve kilometer verderop. We hadden een mooie kamer, met vijf bedden op een rij. Boven ons hing een prachtig mozaïek plafond.
‘s Avonds gingen we de stad in en slenterden wat door de vele straatjes van de medina. We aten bij Café Cinema aan de rand van de medina, in plaats van in de riad, want we hadden geen van allen zin in weer een tajine.
Dag 2 Fez
Na een wat onrustige nacht (ik droomde over stinkende stadsgrachten en duistere steegjes in Fez) werden we pas laat wakker. Het was al na 9 uur voor we aan het ietwat tegenvallende ontbijt zaten. Ondertussen regelde ik alvast het inchecken voor de terugvlucht en ontdekte dat we in Marokko een papieren instapkaart nodig hadden. Zo’n blaadje papier dat je dan op kunt vouwen en kwijt kunt raken in je hoeveelheid tassen. De moderne digitale techniek was hier nog niet doorgedrongen. Zelfs in Nepal kon ik gewoon boarden met een digitale pas! Nouja, we ontdekten het gelukkig op tijd en konden via de riad wel wat regelen.
Na het ontbijt gingen we de stad in om de Koranscholen te bekijken voor de ergste drukte losbarstte. Maar ook nu was het al best puzzelen om foto’s te kunnen schieten zonder halve of hele mensen erop. De man die ons had binnengelaten begon een uitgebreid verhaal op te hangen. Aanvankelijk over de plek waar we waren, maar al heel snel ging het ook over andere plekken in Fez en waar we allemaal gratis heen konden en daar dan een foto konden maken. Tussendoor liet hij allemaal foto’s zien van mensen die (volgens hem) ook uit Nederland kwamen (geheel afhankelijk van wie hij voor zich had denk ik zo) en foto’s en een filmpje van z’n dochtertje. Ik kreeg wel al zo’n vermoeden welke kan het op ging en jahoor, daar was ie dan: ‘Ik kan jullie rondleiden door Fez, ik ben een officiële gids en het kost maar 25 euro”. Ook in de riad probeerden ze er ons er steeds van te overtuigen dat we een gids moesten nemen, om ons door de lastige medina te begeleiden. Zo kwamen we in de Koranschool de gids tegen die we vanmorgen in onze riad hadden gezien; hij vroeg waar we vandaan kwamen. Zijn reactie: “Kijken kijken nie kopen”. Toen werd Jasper pissig en vertelde hem dat het geen leuke opmerking was. Wat was ik blij dat we steevast een gids hadden geweigerd, anders hadden we de hele ochtend opgezadeld gezeten met deze onaardige en vervelende oude man. In Fez waren de mensen duidelijk opdringeriger naar toeristen dan elders in Marokko.
De tweede Koranschool die we bezochten was een stuk kleiner dan de eerste, maar hier konden we ook op de verdiepingen kijken. En daarmee dus in de kamertjes waar de studenten verbleven. Wat een verschrikking: het ene hokje was nog kleiner dan het andere, er was soms een klein raampje en soms geen, de deuren werden van buitenaf afgesloten en er was een soort brievenbus-luikje waarlangs minimaal contact onmogelijk was. Het leek wel een gevangenis.
We slenterden verder de stad in en kwamen terecht bij een wat moderner gebouw net buiten de medina. Het was een plek waar de verschillende ambachten werden onderwezen (kleden maken, keramiek, leer bewerken etc.), vertelde een jongeman. We raakten aan de praat, enigszins gereserveerd, want iedereen wil je gids zijn in deze stad, maar z’n bedoelingen leken goed. Hij nam ons mee naar z’n leerbewerkingsbedrijfje en vertelde er wat over. Jasper wilde graag een leren laptop-tas hebben en er werd een en ander getoond. Uiteindelijk sloten we een deal, maar daarvoor moesten we wel eerst langs een pinautomaat. Ondertussen zou er een schouderrriem aan de tas gemaakt worden.
De jongeman, Mohamed, nam ons mee de hele medina door naar een pinautomaat, ondertussen van alles vertellend. Zo hadden we toch nog een soort van gids, maar zonder aandoen van de bekende toeristenplekken. Wij liepen juist over de dagelijkse markt (geen toerist te bekennen), waar we thee kochten en hij bracht ons naar een mooi uitzichtpunt op Fez (wederom geen toerist te bekennen, want dit was wel een beetje de achterkant van de stad). Zo liepen we een leuke ronde door de stad, kwamen weer terug bij het leerbewerkingsbedrijfje, betaalden het restbedrag voor de tas en bedankten de gids-die-geen-gids was (of toch wel? Hij vroeg er geen geld voor in elk geval) voor z’n tijd en verhalen (en gaven hem uiteraard wel een klein bedrag daarvoor).
En toen was het verzadigingspunt wel bereikt. Tijd om even te chillen in de riad!
Aan het einde van de middag gingen we opnieuw de stad in, want we wilden nog theeglaasjes kopen en een bedankje voor de buren die 4 weken lang voor onze katten zorgden.
We liepen terug naar de dagelijkse markt, aan de andere kant van de medina. Voor de zoveelste keer doorkruisten we de soms donkere en een beetje griezelige steegjes. Steeds probeerde men ons terug te sturen naar de hoofdstegen met toeristenwinkeltjes, maar wij vonden de minder toeristische randen van de stad veel leuker. En bovendien was het er goedkoper: in een toeristenwinkeltje betaalde je 2x zoveel voor dezelfde theeglaasjes.
Ondertussen hadden we weer genoeg bekijks, maar op een leuke en nieuwsgierige manier. Er kwam op den duur zelfs iemand z’n winkel uit om een pruim aan Daantje te geven.
We aten op dezelfde plek als de dag ervoor, vlakbij de riad. We hadden geen zin om naar iets anders te zoeken en de medina van Fez was geen plek om in het donker te zijn. We waren ook echt blij dat onze riad op het randje van de medina zat en niet ergens middenin, want het was er echt een doolhof en de steegjes waren soms angstaanjagend schimmig en stikdonker (ook overdag). Onze “gids” van eerder die dag vertelde dat mensen uit het nieuwe Fez de oude stad niet in gaan, omdat ze er simpelweg verdwalen. Nou, dat konden we ons wel voorstellen!
Dag 3 Fez en naar huis
We hadden nog tot ongeveer 14 uur te besteden in Fez. Na het ontbijt op het dakterras namen we eerst de tijd om de tassen goed in te pakken. In alle opruimwoede gooide ik waarschijnlijk voor de tweede keer een gewisselde kies van Renske weg (de eerste kies was bij de schildpad in N’kob beland). Ik pakte alvast een tas vol met alleen vieze was, zodat de wasmachine bij thuiskomst direct aan het werk kon. De laatste weken konden we alleen nog kiezen uit vieze kleren of heel-erg-vieze kleren. Bovendien hadden we in de voorgaande weken op minstens 1 plek extra bedgenootjes gehad getuige de enorme hoeveelheid kleine kriebelbultjes. En die beestjes krijg je liever niet thuis in je bed, dus gelijk de wasmachine in was best een goed idee.
We slenterden nog wat door Fez, maar eigenlijk hadden we het wel een beetje gezien. Omdat we ook niet heel ruim meer in de tijd zaten, lunchten we nog maar eens bij Café Cinema, vlak om de hoek van ons hotel. Hier hadden we ook al twee keer gedineerd en daar wisten we in elk geval zeker dat we er niet ziek zouden worden.
Daarbij was het leuk personeel. De ober herkende iets in Renske haar bewegen en vroeg of ze danste. Voor ze het wist moest ze wat dansjes voor doen en liet ook hij z’n dansmoves zien. Hij bleek professioneel-danser te zijn en les te geven. Renske kreeg een mini-dansles, terwijl we op onze lunch van crêpes wachtten (die werden extra uitgebreid versierd met chocola en Oreo).
Om 14.15 uur werden we opgehaald door de taxi. Bijna een half uur reden we door het hectische verkeer van Fez. Ruim op tijd waren we op de luchthaven, waar we ons een paar uur overgaven aan wachten, inclusief de vertraging van het vliegtuig. Rond 22.30 uur landden we in Düsseldorf. Het was even wennen aan de lagere temperatuur. En aan de Duitse aangeharkte omgeving. Gezien we nog niet hadden gegeten stopten we eerst bij de Mc Donalds, onze jaarlijkse traditie.
Met drie huilende kinderen reden we terug naar huis… Nu zat het er echt op en dat vonden we allemaal verschrikkelijk jammer. Wat was het een prachtige reis geweest! Wat een avontuur. Wat een mooi land en wat een fijne mensen. En wat een bijzondere tijd zo met elkaar.
Aouchtame – strand
Al maanden van te voren had ik onze reis door Marokko tot in de puntjes voorbereid, routes uitgestippeld en overnachtingsplekken vastgelegd. Bewust had ik een dagje Middellandse Zee in onze reis ingepland. Na alle inspanning van de voorgaande weken was er tijd voor wat ontspanning. Dat lukte prima op de plek waar we waren: een fantastische tuin met leuke zithoekjes en banken en een hangmat. De kamers waren ook erg fraai ingericht. Alles ademde rust en het was er heerlijk toeven.
Na het weer heerlijke ontbijt (iedereen zat gelukkig weer met smaak te eten) trokken we onze zwemkleding aan en liepen we in tien minuutjes naar beneden naar het strand. Alle (betaalde) parasolletjes, tafeltjes en stoeltjes liepen we voorbij en we sloegen linksaf het strand op, waar het lekker rustig was. Het was nog vroeg en nog niet zo heel erg heet, dus we durfden het wel aan zonder schaduw.
Op het typische dorpsstrand waren we de enige toeristen. Dat voelde aan de ene kant een beetje ongemakkelijk, omdat ik de enige vrouw in niet volledig-lichaamsbedekkende kleding was. Aan de andere kant vonden we die hele toeristische plekken helemaal niet leuk en zaten we liever op dit dorpse strand. De sfeer was vriendelijk, rustig en respectvol. En de zee was heerlijk. Vóór het heetst van de dag verlieten we het strand, dronken een drankje in de schaduw en liepen terug naar ons accommodatie. Op een aantal gezichten had een sproet-explosie plaatsgevonden.
In de middag hielden we siësta in de tuin. Tieme las een boek in de hangmat en de dames speelden een potje UNO. Ondertussen speelde er een luid orkest van cicades. We dachten terug aan het verhaal van Mohamed n.a.v. de vraag van Daantje waarom er allemaal luidsprekers in de walnotenboomgaard hingen (ze geloofde niet dat het insecten waren die de herrie maakten). Mohamed vertelde dat de cicades soms zo hard tjirpen dat ze exploderen. Sinds dat verhaal zag ik elke keer ontploffende kevers als het geluid ineens stilviel.
Aan het einde van de middag gingen we nog een keer richting het strand voor een frisse duik. Het was een stuk drukker dan ‘s ochtends: het hele strand zat vol grote families met theepotten en eten. Het zag er allemaal reuzegezellig uit.
Voor de zon achter de bergen verdween, pakten we nog even de laatste zonnestralen mee. ‘s Avonds had de gastvrouw zeeduivel klaargemaakt voor Jasper en mij. Erg lekker!
Chefchaouen
Met z’n vieren brachten we twee dagen door in bed, op de wc en boven een emmer. Aanvankelijk leken alleen Daantje en ik ziek te zijn en het ontbijt te moeten overslaan. Maar in de loop van de ochtend sloten Tieme en Renske al snel aan. Toen was wel helder wat de boosdoener moest zijn: de drankjes van de vorige avond.
Jasper maakte in z’n eentje een rondje door de stad en ontdekte dat er hele leuke steegjes waren buiten de drukke kraampjes-straatjes om.
Op de tweede dag gingen we ‘s avonds toch maar ergens een klein hapje eten. Het was heel lekker eten zei Jasper, maar met z’n vieren vochten we tegen de misselijkheid: te veel geuren en te heftige smaken.
Tijdens onze Marokko-reis was Chefchaouen de enige plek waar we drie nachten verbleven. Dat kwam nu gelukkig wel goed uit, want nu konden we in elk geval uitzieken. Maar het waren wel erg verloren dagen. En de hike in het Rifgebergte moesten we laten schieten.
Pas op de dag van vertrek konden we nog iets van het blauwe stadje Chefchaouen zien. We hadden de auto al vroeg voor de deur ingeladen. Na 10 uur ‘s ochtends was het gebied voor onze accommodatie wandelgebied en dan kon je over de (toeristen)koppen en kraampjes lopen. We wilden vóór het ontbijt nog even de stad in. We slenterden dus al vroeg door het stadje, vechtend tegen de misselijkheid en de zweetaanvallen negerend. Nee, we waren zeker nog niet fit. En dat de hele stad vergeven was van zwerfkatten en dus uitwerpselen, inclusief bijbehorende stank hielp bepaald niet mee.
Er was een grappig moment: een man vroeg ons waar we vandaan kwamen. Die vraag werd echt heel vaak gesteld en meestal door verkopers die er dan negen van de tien keer “allemachtig prachtig” achteraan gooiden. Maar deze man was duidelijk geen verkoper. Hij vroeg of we een foto wilden maken, van hem en z’n gezin, dachten we. Maar nee, hij vroeg of hij met zijn gezin met óns op de foto mocht. We vroegen ons af wat zo iemand dan met zo’n foto doet: “Kijk, hier staan we met blonde Nederlandse mensen op de foto”? Dat we overal opvallen was wel al duidelijk. Met name Daantje deed veel hoofden omdraaien.
We maakten ons rondje door de stad niet te lang en om 10 uur schoven we aan bij het ontbijt in de tuin van onze accommodatie. Het smaakte allemaal maar matig, maar we deden ons best.
Daarna was het tijd om in de auto te stappen en richting de kust te gaan. Gelukkig hadden we een korte rit voor de boeg van slechts anderhalf uur. En toen was daar de Middellandse zee! We waren van de Sahara tot aan de zee gereden. Een bijzonder besef.
Om de tijd tot inchecken bij onze een-na-laatste accommodatie te overbruggen namen de kinderen alvast een duik in de zee.
We hadden weer een mooie overnachtingsplek voor twee nachten, met een fijne tuin en een schat van een gastvrouw, die ‘s avonds heerlijk voor ons kookte (kip met pruimen).
Volubilis
Vanuit Meknès was het ongeveer vier uur rijden naar onze volgende bestemming Chefchaouen. Een handkarman bracht onze bagage naar de auto op de parkeerplaats net buiten de oude stad. We lieten de stad achter ons en reden richting Volubilis, een half uurtje rijden verderop. Deze oude Romeinse stad is UNESCO-werelderfgoed en een van de grotere en best bewaarde steden ter wereld. We betaalden entreegeld en besloten zonder gids te gaan, omdat deze best prijzig was en we (ik) het liefst op eigen tempo rondliepen. Maar al vrij snel sprak een bewaker ons aan, nadat hij van Tieme wat woordjes Grieks en het benoemen van de verschillende zuilen opving. Hij begon enthousiast te vertellen over de mozaïeken en had er duidelijk lol in om ons wijzer te maken. Geheel belangeloos leidde hij ons langs alle bouwwerken en overstelpte ons met interessante informatie. Toen we bij het huis van lichte zeden kwamen, vroeg hij eerst aan Jasper of het oké was dat hij ons daar mee naar toe nam. De lol was groot toen daar een enorm penis-standbeeld bleek te liggen; maar ook aan de mannen was gedacht, vertelde hij bij een andere steen. Na afloop hadden we dus evengoed een uitgebreide rondleiding gehad, waar we hem (financieel) voor bedankten. We wisten zeker dat we een leuker verhaal hadden gekregen dan wanneer we met een officiële gids waren gegaan, simpelweg omdat deze man er vooral heel veel plezier in had.
Na wat gedronken te hebben bij Volubilis gingen we verder op onze tocht. We reden kilometers lang door (saai, vonden wij) weids agrarisch landschap. De kleur geel van het droge, reeds geoogste, gras domineerde.
Pas nabij het Rifgebergte werd het landschap weer interessanter, met meer bergen en meer bomen. Tegen de helling zagen we Chefchaouen liggen. We vonden vrij moeiteloos de parkeerplaats, maar de moed zakte ons in de schoenen: het was er verschrikkelijk druk en het was er overvol. Dat was ook wat een jongen in een geel hesje ons meldde: vol. Ik had een plekje gezien wat nog wel zou passen en ik vroeg hem of dat oké was. Met vriendelijk lachen en een vriendelijk woord (en blanke toerist zijn?) kwam je heel ver in Marokko. Hij hielp ons parkeren op het plekje dat ik had gezien en zo verliep toch ook dit nog onverwacht vlekkeloos. We liepen zo’n 300 meter verder door over een soort boulevard richting ons hotel. Mijn hemel, in wat voor een wereld waren we nu toch terecht gekomen? Overal kraampjes met souvenirs en heel veel mensen! Ons hotel grensde direct aan die kleine boulevard, maar eenmaal binnen merkte je gelukkig niks van de drukte. We hadden twee mooie kamers en de meiden waren in hun nopjes, want ze hadden een hemelbed.
‘s Avonds dwaalden we door het blauwe stadje tussen de krioelende (Marokkaanse) toeristen. Wat een gekkenhuis; dit overdreven toerisme was niet aan ons besteed. Ook de sfeer was raar. We waren twee keer getuigen van een opstootje, waarvan een uitmondde in een vechtpartij. Daantje was helemaal van slag. En er werd veel hash verkocht.
Op het plein aten we bij een restaurant, dat de eigenaar had geadviseerd. En daar maakten we een cruciale fout door 4 fruitdrankjes te bestellen. Achteraf bleken 3 daarvan met kraanwater te zijn gemaakt en 1 met ijsblokjes van kraanwater. De volgende dag waren we allemaal ziek, behalve Jasper. En dat terwijl we al 3enhalve week in Marokko zijn en op de meest afgelegen, en misschien wel vreemde, plekken gegeten hebben.
Meknes
We begonnen de dag bovenop het (overdekte) dakterras van de riad met een overdadig ontbijt: crepes, kleine dikke pannenkoekjes, omelet, yoghurt, banaan, verse sinaasappelsap, zoete broodjes…. Het was allemaal superlekker en veel teveel. Ditmaal waren we niet de enige gasten. Er zaten nog 4 Spanjaarden en er zat een, uit Nederland afkomstig, Marokkaans echtpaar met hun 2 kinderen. Beide jongens met hun i-pad op tafel en geen tijd om te ontbijten. Of geen zin. Hoe lief hun moeder ook vroeg of ze dan misschien dit wilden, of dit, of dit dan misschien? Eerder zagen we in Marrakech hoe een groepje jonge jongens ongelooflijk op hun sodemieter kreeg van enkele omstanders toen ze een rotje gooiden. We hadden het hier later over met onze gids Mohamed; in Marokko vindt een groot deel van de opvoeding plaats buiten het gezin. Ook de omgeving spreekt de jeugd aan op hun daden…. Ik heb even overwogen me met deze verwende Nederlands-Marokkaanse jongens aan de ontbijttafel te gaan bemoeien…. Maar dat is in Nederland helemaal niet gepast, dus ik hield maar braaf m’n mond.
Na het ontbijt gingen we de stad in. Van te voren had ik al een aantal plekken uitgezocht die de moeite waard waren om te bezoeken. Zo stonden onder andere de stadspoort(en) en de Koranschool op het lijstje. Maar beide werden op dat moment gerenoveerd en waren gesloten. We bezochten wel het Mausoleum van sultan Moulay Ismail. Erg de moeite waard! En omdat we vroeg waren, was het nog rustig.
Verder dwaalden we door de medina langs de vele kraampjes en constateerden we dat we de souk van Meknès misschien wel leuker vonden dan die van Marrakech, omdat deze minder gericht was op de toeristen. Er werden vooral dagelijkse producten als kruiden, groenten, fruit, kippen, vis (bwehk) en kleding verkocht.
We kochten er de tas die Renske al een poos op het oog had en we kochten een theepotje. Nu nog de thee en de glaasjes!
Op een groot dakterras aan het grote plein dronken we een drankje. Er was zoveel te zien dat we een tweede groot glas verse jus voor anderhalve euro bestelden.
Vroeg in de middag gingen we terug om siësta te houden. We vonden de temperatuur van 35 graden ondertussen prima te doen, maar na een hele ochtend stad vol prikkels, mensen, geluiden, geuren en kleuren was het fijn om even wat rust op te zoeken. De een had dat wel harder nodig dan de ander. Renske genoot met volle teugen; Tieme vond het op enig moment genoeg. Volgens mij hadden we een prima balans.
‘s Avonds aten we bij een restaurant dat we nooit zomaar hadden gevonden, laat staan dat we er naar binnen zouden zijn gegaan. Via de Lonely Planet en internet kwamen we op deze plek met goede reviews: “Alsof je bij de mensen thuis bent”…. Nou, daar was niks teveel van gezegd! We kwamen aan bij een gesloten deur. Behalve dat er een sticker van TripAdvisor op de deur zat en er een onopvallend bordje boven de deur hing, zag je verder aan niks dat er een restaurant achter verscholen zat. We klopten op de deur en liepen een lange gang in. Er kwam iemand aan en die ons naar een soort woonkamer bracht. We waren de enigen. Vooral Renske vond het wat ongemakkelijk. De kaart was overzichtelijk en we kozen 3 tajines om te delen in de hoop dat we dan niet weer heel veel over zouden hebben net als de vorige avond. We waren echt bij de mensen thuis, want we hoorden het jongste dochtertje van de eigenaar huilen en booszijn, we hoorden het gezin praten en op den duur hoorden we zelfs iemand een hele harde wind laten, tot grote hilariteit van de kinderen. Het was weer een bijzondere ervaring, maar we hebben wel echt superlekker gegeten!!
Agoudal – Meknes
Om 8.30 uur schoven we aan de ontbijttafel in de vrolijk gekleurde ruimte van onze accommodatie. Voor het eerst sinds onze aankomst in Marokko hadden we onder dekens geslapen! Buiten waaide het nog steeds stevig, maar de zon scheen ook. Het was zowaar lekker weer, als in: een lekkere temperatuur. El-Habib, de jonge gastheer, had z’n best gedaan op het ontbijt: pannenkoeken, yoghurt, een cupcakeje, koffie (zonder de specerijen), sinaasappelsap en voor het eerst geen thee (wat jammer was). We vroegen hem wat informatie over berberkleden, omdat Tieme dat graag als souvenir wilde voor z’n nieuwe kamer. Volgens El-Habib konden we dan toch wel beter in het dorp waar ze gemaakt werden kopen en niet in de stad. Daarbij hadden we al gezien dat het hier hoog in de bergen een hard leven is, dus als we dan ook nog iets goeds wilden doen voor de vrouwen hier, konden we het beter in het dorp aanschaffen. We reden dus terug naar het dorp waar we op de heenweg al een bordje hadden zien staan. Maar zodra we aan kwamen rijden en even stilstonden om te kijken waar we zouden parkeren, werden we omsingeld door een tiental kinderen. Ze bonkten op de ramen, gingen tegen de auto aan staan en probeerden ons over te halen ze iets te geven. Vertwijfeld reden we door en keerden om toen het weggetje de verkeerde kant de berg op ging. Terug in het dorpje ontstond dezelfde situatie: weer al die kinderen…..Daar hadden we geen zin in; dan maar geen kleed. Langzaam reden we het dorp weer uit. Achteromkijkend zagen we dat de kinderen op hun kop kregen. Een man op een gammel brommertje kwam naast ons rijden en vroeg of hij ons kon helpen. We vertelden dat we eigenlijk op zoek waren naar de vrouwen-coöperatie voor een berberkleed. Hij zou ons brengen, want de coöperatie was van zijn vrouw. Toen we uitstapten kwamen de kinderen weer als vliegen op stroop op ons af, maar nu er een dorpsgenoot bij was voelde het wat minder ongemakkelijk. De man nam ons via een omweg mee naar z’n huis; onderweg van alles vertellend over z’n dorp. We werden uitgenodigd voor thee, z’n vrouw werd erbij gehaald en we bekeken de vele kleden. Uiteindelijk kozen we er twee uit en startte de onderhandeling. Het is een ‘spel’ wat erbij hoort en op de een of andere manier hebben we er ook wel lol in. Maar toch is het lastiger als je bij iemand thuis bent en als je ziet hoe zwaar het leven daar is. We kwamen tot een deal en gingen met twee kleden weg voor in ons nieuwe huis (door onze reis door Marokko waren we al bijna vergeten dat we ook nog een nieuw huis hadden gekocht).
En toen gingen we op weg naar Meknès, een autorit van bijna 6 uur. Het eerste deel van de rit was mooi, door het Hoge Atlasgebergte en het Midden-Atlasgebergte. Hoe noordelijker we reden, hoe minder ‘onbekend’ en spectaculair het landschap eruit ging zien. Ook nam de welvaart duidelijk toe en leken de mensen ‘moderner’. We lunchten in Kenifra, waar Daantje en ik onze weinig smakelijke pasta pas kregen toen de rest al lang en breed klaar was.
Om de haverklap stond er een politiecontrole langs de weg. Bijna altijd mochten we doorrijden nadat ze even hadden gekeken wie er in de auto zat, maar eenmaal werden we staande gehouden en moesten we vertellen wat onze nationaliteit was. Het was opmerkelijk. Mijn theorie was dat de jongeman met zichzelf een weddenschap had afgesloten, had gegokt dat we Duitsers waren en dat hij dat wilde checken. En helaas had hij het mis.
De rit verliep verder prima. Wel hadden we wat spanning omdat onze rechter achterband sinds het ophalen in Marrakesh steeds langzaam leegliep. We hadden ontdekt dat een grote schroef de boosdoener was en hoopten maar dat die bleef zitten. Hoe noorderlijker hoe minder sociaal de chauffeurs reden. Dat maakte het autorijden wat spannend. Daarnaast reden er zó vol opgeladen wagens met stro, dat twee elkaar passerende vrachtwagens voor ons, elkaar op een haar na mistten.
Om 18 uur reden we Meknès binnen. De parkeerplaats was overvol en een grote chaos. Iemand sprak ons aan en die regelde vervolgens een parkeerplaats door iemand anders weg te sturen. Twee takjes waren ons betaalde parkeerkaartje voor twee nachten. Er werd iemand geregeld met een handkar, voor vervoer van onze bagage naar de riad in de oude medina. En we kregen het aanbod om ons te begeleiden op een tour door de stad, want er was een berberfestival gaande en er was veel gesloten, zei hij. Daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde nu gewoon eerst naar onze riad, even opfrissen en dan zouden we wel zien. Toen we bij de riad vroegen naar het festival begon de receptionist te lachen: jullie hebben zeker iemand op de parking gesproken? Het was blijkbaar een standaard-verhaaltje om toeristen te verleiden om een rondtoer te doen met een onofficiële gids.
Onze riad was prachtig, met een mooie kamer met een verdieping en een fijn dakterras. Het was een oud gebouw uit de 17e eeuw en vol met mooi houtsnijwerk en mozaïeken.
‘s Avonds aten we pas laat (o.a. omdat ze Tieme z’n tajine waren vergeten) ergens in de medina. We raakten er aan de praat met Nederlands-Marokkaanse dame en haar kleinzoon, die op bezoek waren bij haar zus, de eigenaresse van het restaurant. Op de terugweg vonden we bijna onze riad niet terug, doordat alle winkeltjes gesloten waren en de steegjes donker en stil. Zo ‘s avonds zag het er heel anders uit.
Het was even schakelen om weer in de stad te zijn, maar het was toch ook wel weer leuk.
Gorge du Dades – Agoudal
Om 8.30 uur zaten we aan het ontbijt. Ik was al eerder opgestaan om een timelapse te maken van de opkomende zon. Maar opnieuw trof ik een slapende persoon aan op het dakterras en dus was ik maar weer stilletjes omgedraaid.
Na het ontbijt pakten we de tassen bij elkaar en laadden de auto in. Voor vandaag stond een autorit van 3 uurtjes op de planning, door de Todghakloof. Van ons plan om koffie te drinken in Tinghir kwam niks terecht: er waren koffietentjes genoeg en die zaten heel erg vol… met alleen maar mannen. Dat voelde toch wat ongemakkelijk. Voor we het wisten reden we de stad weer uit en de Todghakloof in. Op het smalste deel van de kloof was het een drukte van jewelste. Langs het zeldzame water zaten op, werkelijk élk vrij stukje grond, mensen. Het leek Zandvoort op een zomerse dag! Samen met de vele auto’s en kraampjes was deze onverwachte drukte een vreemde gewaarwording. Misschien onderstreepte het ook wel de zeldzaamheid van water en de waardering. Kennelijk was deze plek the place to be voor de Marokkanen.
Na de versmalling werd de kloof breder, was er geen water meer en dus ook geen drukte.
Het was een mooie autorit, langs oases en weidse berglandschappen. Aan het einde van de Todghakloof troffen we tot onze grote verrassing een flinke stuwdam aan. Nieuwsgierig reden we verder omhoog. Eenmaal boven zagen we een immense vlakte…. Maar geen water…. Later las ik dat de dam zo’n 2 jaar geleden gereed was gekomen; een gigantisch project. De dam was enerzijds bedoeld om het water gedoseerd de kloof in te laten, omdat sneeuw of veel regen nog wel eens tot problemen leidden. Anderzijds was de dam ook bedoeld om water vast te houden. Maar sinds het gereedkomen had het niet meer gesneeuwd of veel geregend en dus was er geen meer.
In Marokko stikt het van de zwerfhonden. Op de weg is het dan ook altijd oppassen. Op enig punt hadden we bijna een puppy onder de auto en moesten we vol in de ankers. Gelukkig rende het hondje door. Pffff.
We lunchten ergens bij een tentje langs de weg: kipspiesjes van de bbq, frietjes en salade. We zagen het zoontje van de uitbater weggestuurd worden op z’n fietsje; even later kwam hij terug met een zakje aardappels. Dat werden later onze frietjes en lekker dat ze waren!! Het was een beetje een gok om zomaar ergens langs zo’n stille weg te eten, maar dit pakte erg goed uit!
Uiteindelijk reden we het Atlasgebergte weer in en gingen een hoge pas over. Na lange tijd kale ruigte, doemde er ineens wat bebouwing en beplanting op: Agoudal! In dit hoogstgelegen dorp van Marokko op 2.300 m hoogte was het leven duidelijk zwaar en was weinig welvaart. We overnachtten net buiten het dorp, wederom als enige gasten. Met slechts 24 graden en veel wind hadden we het zowaar koud!
Onze gastheer maakte op ons verzoek een kip-lemon-tajine. We aten weer fantastisch. De kinderen sliepen in het ‘hoofdgebouw’ op de hardste bedden ooit.
Hike Monkey Fingers
Op deze dag stond een wandeling door een van de kloven van de Dades op het programma. Vanwege de hitte (al vonden we dat tegen die tijd echt reuze meevallen) besloten we al voor het ontbijt te gaan lopen. Om 7.10 uur trokken we onze wandelschoenen dus maar weer eens aan en gingen op pad. We reden eerst een klein stukje naar de ‘Monkeyfingers-view’parkeerplaats en vandaaruit gingen we naar beneden. Ik zat nog in de auto om m’n spullen te pakken, toen er ineens een vrolijke en enthousiaste hond naast me stond te kwispelen. Ze besloot met ons mee te lopen.
Het was lastig de juiste route te vinden. We liepen langs akkertjes, gaarden met walnoten, olijven, vijgen en abrikozen, irrigatiegoten en walletjes. Overal stond de oleander roze te bloeien. Het was ontzettend leuk om door dit stukje oase en groen cultuurlandschap te lopen. We kwamen twee vrouwen tegen met een jong meisje. Ze begroetten ons vriendelijk en een van de vrouwen raakte snel Daantjes haar aan. Die blonde kopjes hebben een grote aantrekkingskracht, hebben we gemerkt.
Ondertussen was de parkeerplaatshond afgehaakt, omdat ze wat speelkameraadjes had gevonden. Een andere hond haakte bij onze mensenroedel aan; een bruin-gemêleerde hond, die Daantje “Tijger” noemde. En toen kwam er nog een bij, en nog een, en nog een. We liepen ineens met z’n tienen! Dat was wat veel van het goede…. Helemaal als ik de parasieten die ze bij zich droegen meetel….We joegen vier schuchtere en onvoorspelbare honden weg en lieten alleen ‘Tijger” meelopen. Ze wees ons de weg in de kloof en bleef trouw in onze buurt lopen. De kloof was op sommige plekken heel nauw, soms moesten we onder een steen door kruipen en soms moesten we klimmen en klauteren. Uiteindelijk liep de kloof dood, dachten we. We liepen terug naar een plek waar we omhoog konden. Daar stond op dat moment een grote groep Portugezen met hun gids. De gids vertelde ons dat de kloof niet doodliep, maar dat we een boom hadden moeten gebruiken als trap. Met veel pijn en moeite hees hij de (nogal corpulente) Portugezen omhoog (op stoffen gymschoentjes!) en bood vervolgens aan ons ook een handje te helpen. Ik dacht dat we het wel zelf konden, maar toen we eenmaal voor de steile passage stonden was ik toch wel blij met z’n hulp. Onze meeloophond was inmiddels ergens achter gebleven.
Na 11 kilometer stonden we weer terug op de parkeerplaats. We troffen er de gids van de Portugezen en we raakten aan de praat. Hij mopperde wat op de groep, dat ze veel aan het zeuren waren over de duur van de tocht en dat het weliswaar familie was, maar dat ze helemaal niet hecht waren en niet naar de man van het gezin luisterden. Dat zag er bij ons heel anders uit vond hij….’Jasper leidde tenminste z’n gezin en iedereen deed wat hij zei’.
Vertelde hij enthousiast over de kloof en welke mogelijkheden we eventueel een volgende keer hadden. En ook dat we dan misschien bij zijn familie konden slapen, waar het kleinschaliger en meer betrokken was dan bij de hotels. Zijn familie had altijd een nomadenbestaan geleid en hadden zich nu hier gevestigd, met een akkertje, wat kippen en geiten. Het was een vermakelijk gesprek en een erg leuke ontmoeting. Stuk voor stuk was iedereen zo verschrikkelijk vriendelijk en aardig!
Tegen 12 uur waren we terug bij onze accommodatie en konden we aanschuiven voor ons ontbijt: pannenkoeken, een gebakken ei, brood, verse jus d’ orange, thee, Marokkaanse koffie.
‘s Middags regende het zowaar behoorlijk stevig. Dat was heel lang geleden vertelde de jongen van het hotel. Voor ons was een prima rustmoment: een beetje lezen, douchen, kleding wassen, foto’s bekijken en een verslagje schrijven.
Reis van N’kob naar Gorge du Dades
‘s Ochtends was ik na lang twijfelen (want moe en eigenlijk geen zin) in alle vroegte toch naar het dak gegaan om een mooie timelapse van de opgaande zon te maken. Zo stil mogelijk beklom ik in het donker de enorme trappen naar het dak van de kasbah. Tot m’n grote schrik lagen daar twee mensen te slapen. Geschrokken keerde ik snel om en dook onverrichter zaken terug m’n bed in.
Om 8 uur werd er weer een fantastisch ontbijt geserveerd in de patiotuin. Met Marokkaanse koffie, waar ze nog een specerijenmengsel aan toevoegen. Jasper vindt het niks, maar ik vind het echt lekker.
Na het ontbijt pakten we onze spullen, namen afscheid van de eigenaren en stapten in de auto. Vandaag zouden we vooral rondtoeren. We begonnen met de Tizi-n-Tazazert. Deze mooie pas was sinds een poosje verhard en dus goed te rijden én het was er erg rustig. Maar bovenal: het was fantastisch mooi! Vlak onder de top dronken we een kop koffie. Snel werd het terras klaargezet, want ze hadden nog niet zo vroeg op gasten gerekend. Qua drinken konden we alleen (oplos?)koffie, thee, cola of water krijgen. Het was duidelijk laagseizoen.
Na de Tizi—n-Tazazert reden we door de Dades-kloof in. Deze reden we een heel eind af, tot de weg steeds slechter werd en we genoeg van het autorijden hadden. Onderweg stopten we geregeld om wat foto’s te schieten. Het meest opvallende: het was groen in de kloof! We zagen groene akkertjes, appelbomen, populieren…. Wat een contrast met de eerdere verdroogde Draa-vallei met dode palmbomen.
De temperatuur was hier ook een stuk aangenamer. Een aantal keren zakte de thermometer zelfs tot onder de dertig graden! Dat was nog niet eerder gebeurd in Marokko. De wind gaf zowaar ook wat verkoeling. Een verademing.
We reden terug naar het begin van de kloof, waar ons accommodatie zat. Het was middag en dus siësta. In de hal lag de gastheer te slapen. Het was ons al een paar keer gebeurd dat we iemand wakker maakten met onze komst. De accommodatie, waar we twee nachten verbleven, kon onmogelijk de plekken van de afgelopen week evenaren, maar ook hier was het fijn, met een mooi dakterras. En samen met de lagere temperatuur was het daar goed toeven. Opnieuw waren we de enige gasten. Het begon al gewoon te worden. De hitte van de zomer was weliswaar verschrikkelijk intens, maar de rust van het laagseizoen was wel echt prettig.
Hike in het Saghro-gebergte
Na het heerlijke diner de vorige avond kregen we ‘s ochtends ook een fantastisch ontbijt in de gezellige patio voorgezet: pannenkoekjes, sinaasappelcake, een omelet, olijven, brood, muntthee en Marokkaanse koffie.
Daarna trokken we de wandelschoenen maar weer eens aan. Ik had N’kob, deze weinig bekende plek, uitgezocht vanwege de bijzondere bergen. En die kun je natuurlijk het beste ervaren door er doorheen te wandelen. De animo was niet zo heel erg groot, maar we vertrokken toch maar voor een wandeling. Na wat opstartproblemen met de route (en geen internet) hadden we uiteindelijk het beoogde pad gevonden met als doel een ronde rondom een rare puntige rots hoog boven het landschap uit stekend. De Jbel Saghro is een heel oud en geërodeerd gebergte van vulkanische herkomst. We liepen rondom en langs een bijzondere bergketen. Althans, dat probeerden we, maar we liepen ons volledig vast hoog op de berg. Het was onmogelijk om af te dalen naar de kloof en dus namen we noodgedwongen dezelfde weg terug. Ondertussen waren we al twee keer getrakteerd op een regenbui en een onweersbui (waarbij het gewoon +35 graden bleef, dus niks verkoeling). Onweer in de bergen is altijd een beetje spannend en we hielden nauwlettend in de gaten hoe de bui zich zou ontwikkelen. Maar het viel gelukkig mee en het bleef bij gerommel in de verte.
Het landschap was prachtig en we zagen een paar enorm grote roofvogels en een smaragdhagedis.
Uiteindelijk bereikten we na 10 km weer de auto, allemaal flink verhit (want 38 graden en al die tijd vol in de zon gelopen) en toch ook wel wat vermoeid. En er liep een sliert kinderen met ons mee, die uit een van de huizen vandaan waren gekomen onderaan de droge rivierbedding. Ze probeerden ons over te halen versiersels te kopen, maar we hadden al iets gekocht bij een ander jongetje. Het was een prachtige ronde!
‘s Avonds maakten we vlak voor het avondeten nog een rondje door N’Kob. Met de afnemende hitte in de avond werd het drukker op straat (maar het bleef heet!). We dwaalden door de straatjes met oude kasbahs. Vele waren of werden gerenoveerd. Helaas had de burgemeester toegestaan dat er ook met beton gebouwd mocht worden, wat het aanzien van N’Kob aanzienlijk veranderde, tot groot verdriet van de kasbah-eigenaren die veel geld en moeite hebben gestoken in renovaties, zo vertelde de eigenaar van onze kasbah. Hij vertelde dat elke 2 jaar de enorme lemen gebouwen opnieuw gestuct moeten worden. Dat is een enorme klus!!
In N’Kob waren we denk ik zo’n beetje de enige toeristen en we vielen nogal op met onze blonde koppen. Het was leuk een blik te werpen op het dagelijkse leven in het leuke stadje.
Ons avondeten aten we noodgedwongen binnen in plaats van in de patio. Het was heel hard gaan waaien en het leek erop alsof het zou gaan regenen. We aten weer een Marokkaanse salade (die verveelt nooit, want overal geeft men er een eigen draai aan), een tajine met kip en groenten, frietjes en fruit toe.
Een aantal keren viel, door de harde wind, de stroom uit en zaten we in het stikdonker. Door tegen elkaar aan waaiende kabels ontstond kortsluiting en dan zat het hele dorp zonder stroom. Het had iets hilarisch.
N’kob
Na ons avontuur in de woestijn gingen we rond het middaguur eerst terug naar het resort in M’Hamid om onze bagage op te halen. Het zwembad zag er zo vreselijk verleidelijk uit! Maar helaas, het was tijd om te gaan, want we hadden nog een autorit van 3 uur voor de boeg. We reden eerst terug naar Zagora, waar we geld moesten pinnen. Dat lukte uiteindelijk pas bij de derde bank. We besloten er ook gelijk te lunchen. Het was een tentje waar je sandwiches, taco’s en panini’s met frietjes kon eten en het was er druk. Het zag er goed uit en was spotgoedkoop. Jammer was dat het heel lang duurde voordat we ons drinken kregen, terwijl we verrekten van de dorst! Onze dorst was niet te stillen na de woestijn.
Op het terras kwam een gehandicapte jongen om geld bedelen. Jasper gaf hem wat muntjes, 4 dirham. Z’n reactie was onbeschrijflijk! Er kwam een grote tandeloze grijns tevoorschijn en de kwijlslierten vlogen in het rond. Blij rende hij, vliegbewegingen makend met z’n armen, het terras af. Een klein gebaar en dan zo’n blijheid. Aan de ene kant heel mooi om te zien, aan de andere kant zo confronterend met onze welvaart….
Met goedgevulde magen zetten we onze reis voort over een nieuw aangelegde weg. Het landschap was onaards en leek wel wat op IJsland met al die donkerbruinrode bergen.
Aan het einde van de middag kwamen we aan bij N’kob. We reden een onverhard straatje in. Vrij moeiteloos vonden we onze kasbah en terwijl we naast onze auto de tassen stonden te verzamelen, kwam de eigenaar ons al ophalen. We werden meegenomen naar een patiotuin met een paar banken met gekleurde kussens, waar we muntthee dronken. Opnieuw waren we de enige gasten. We hadden twee kamers op de begane grond aan de patio. Vol trots toonde de eigenaar de hele gerenoveerde kasbah. Vooral het dak was echt fantastisch en gaf uitzicht op de andere oude kasbah’s van N’kob.Wat een fantastische plek waren we terecht gekomen!
De gastheren (2 vrienden) kwamen afwisselend gezellig bij ons in de patio zitten en we kletsten wat. We werden gevraagd wat we wilden eten. Ehm…. salade is altijd lekker. “Frietjes” riep een van de dames. “Broschetta”? Stelde een van de mannen voor. Klinkt goed, vonden we. Er werd een houtskoolvuurtje gemaakt en daarop werden kipspiesjes geroosterd. Het was allemaal even heerlijk en genieten zo met z’n vijfjes in de patio.
Tegen 22.30 uur doken we ons bed in en vielen als een blok in slaap na de slapeloze nacht in de woestijn.
Een nacht in de Sahara
Vanmorgen wilden de kinderen uitslapen en kozen ze voor een ontbijt om 9 uur. En dat was prima, want vanwege de hitte stond er verder weinig op het programma. We zouden pas aan het einde van de middag richting de Sahara gaan. Het was het uitgebreidste ontbijt so-far! Pannenkoekjes, een cakeje, een gekookt ei (dat we allemaal lieten staan nadat ik de mijne had gepeld en eraan had geroken), een yoghurtje, vers geperst sinaasappelsap en lekker vers brood.
Na het ontbijt waste ik wat shirts, die binnen een half uur droog waren (zó warm was het!). En verder zwommen we wat en hielden we siësta. Jasper haalde nog wat brood bij een winkeltje en zag de thermometer van de auto 50 graden aangeven. Bizar!
Via het resort waar we verbleven hadden we een nachtje in de woestijn geregeld. Rond 18 uur werden we opgehaald door Hassan, de gids die ons mee zou nemen de woestijn in. Het was een vrolijke jonge kerel, die in hoog tempo over de zandduinen denderde in z’n auto zonder airco. We zaten te stuiteren op de achterbank en slingerden van links naar rechts. We reden steeds dieper de woestijn in, de stenige, rotsige woestijn ging langzaam over in de bekende zandwoestijn. Wat gaaf! En wat was het verschrikkelijk heet!
Na meer dan anderhalf uur lang schudden en hobbelen kwamen we aan bij het tentenkamp waar we zouden overnachten. In een grote cirkel stonden grote luxe tenten opgesteld. Elk met een eigen wc en douche en luie stoelen op de veranda. In het midden van de cirkel was een verhoging met daarop poefjes en kleine tafeltjes. Een Berberman ontving ons daar met thee. We vroegen ons af of hij het kamp jaarrond beheerde of dat hij speciaal voor ons was gekomen,want ook hier waren we de enige gasten. Ondertussen was het stevig gaan waaien en het zand vloog je om (en in) de oren. Buiten blijven was geen optie en dus zochten we de grote eettent op. Tieme begon steeds ongelukkiger te kijken; die vond het helemaal niks deze verlaten plek. We hadden bijna 2 uur lang in een 4×4 zitten stuiteren door de woestijn en waren echt ver verwijderd van de bewoonde wereld. Dat maakte de beleving erg intens, naast de bijna ondraaglijke hitte, de continue dorst en het felle klapperen van de tenten in de storm.
Uiteindelijk ging de storm wat liggen en konden we buiten eten. De man had erg z’n best gedaan met een pasta, een salade en een tajine met vlees en ei, maar we waren allemaal over de ergste honger heen om 22 uur. We luisterden nog even naar trommelmuziek van de 3 mannen en daarna was het tijd om een bed op te zoeken, want de kinderen vielen bijna om van de slaap. We besloten buiten te slapen, want in de tenten was het geen doen door de hitte. Door de weer toenemende wind en de hitte (tegen de 40 graden, ook ‘s nachts) deden we allemaal geen oog dicht. Om 6 uur zat ik klaar voor de zonsopkomst. Het was machtig mooi.
Ondertussen maakten we ons wel zorgen over het water. Tijdens de trekking in het Atlasgebergte hadden we steeds 2 liter water per persoon mee en daar was het ook heel warm en spanden we ons in. Nu verbleven we alleen een nachtje zonder inspanning in de woestijn en hadden we veel te weinig aan 2 liter per persoon. We hadden ons echt misrekend en dat was niks voor ons. We stikten van de dorst en werden er erg nerveus van. Gelukkig konden we in het kamp nog wat kopen.
Na het ontbijt nam onze chauffeur ons mee naar een oase. Wederom scheurde hij met grote snelheid over de zandduinen. Met de raampjes open, de hete stoffige lucht in ons gezicht en Marokkaanse Blues door de speakers was het een bijzondere ervaring. Bij de oase zagen we dromedarissen. En tot onze grote vreugde zagen we twee gazelles! Zomaar in het wild. Niks wildpark! Heel gaaf.
Verder bezochten we een Nomadenvrouw en dronken daar thee en aten zoete plakkerige dadels. Op de thee kregen we de dikste schuimkraag die we tot nog toe gezien hadden. Een teken van gastvrijheid: hoe meer schuim, hoe gewenster je bezoek. De chauffeur legde uit dat ze daarvoor Acacia-hars gebruikte en we kregen een klein pakje met brokjes mee van de vrouw. Het was een bijzondere ontmoeting met deze vrouw van mijn eigen leeftijd. Het is een hard bestaan, het nomadenbestaan. Hassan wist er veel over te vertellen, omdat hij de eerste acht jaren van z’n leven ook een nomadenbestaan leidde. Z’n ouders probeerden het later nog eens toen hij dertien was. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de nomaden. Door de droogte trekken de nomaden niet rond, maar blijven noodgedwongen op dezelfde plek vlakbij een bron.
Het verblijven in de woestijn was een van de indrukwekkendste belevingen ooit!
M’Hamid
s Ochtends stond ik in alle vroegte langs de rivier om Aït Ben Haddou ook nog eens in het ochtendlicht te fotograferen. Ik realiseerde me dat ik als vrouw alleen op pad was in dit Islamitische land, maar behalve de zwerfhonden die me hardnekkig achtervolgden, voelde ik me daar prima bij.
Na het ontbijt vertrokken we met onze bakbeest-auto 4 uur zuidelijker. We gingen richting de woestijn! En dat was zichtbaar én voelbaar! De thermometer gaf een buitentemperatuur van 47 graden aan. Het landschap werd steeds kaler, leger en zandiger. Het waren niet de zandduinen van de Sahara zoals we ons een woestijn voorstellen, maar het was overduidelijk het begin. We reden een flink stuk langs de Draa-vallei, deze normaliter groene oase was droog en stond vol verdorde dode palmbomen. Het was een treurig gezicht. Na jaren afwezigheid van regen slaat klimaatverandering hier hard toe.
In de plaats Zagora dronken we koffie op een terrasje en kochten we vijf gekleurde doeken om een toeareg (tulband) van te kunnen knopen. De verkoper probeerde ons ook nog een berberkleed aan te smeren, maar we vonden de kleuren niet mooi.
Rond een uur of vier kwamen we aan bij onze overnachtingsplek: een luxe resort waar we 2 kleine bungalowtjes hadden, een zwembad met een barretje….. en de hele resort alleen voor ons vijven! Verder waren er geen gasten, want wie gaat er hartje zomer nou naar de Sahara. We geven er weinig om, maar nu was het toch wel even genieten al die luxe! We namen een frisse duik in het zwembad en dronken een drankje, met ‘Tuareg desert blues’ door de speakers. En ‘s avonds mochten we kiezen wat we wilden eten. Het werd kiptajine met frietjes en marocan salad. Met de lampjes en muziek aan was het een gezellige avond zo onder de palmbomen.
Aït Ben Haddou
Vandaag bezochten we het werelderfgoed-stadje Aït Ben Haddou, ook bekend van opnames van de Game of Trones. Het was een prachtig stadje zo gelegen langs op een heuvel langs de rivier, waar zowaar water in stond! We waren er al heel vroeg, waardoor de toeristen nog afwezig waren en de verkopers nog wakker moesten worden. Ondanks het vroege tijdstip was het ochtendlicht al veel te fel voor mooie foto’s, dus we gingen ’s avonds nog eens. Dat konden we mooi combineren met een hapje eten net buiten de oude stad. Voor 300 dirham (circa 30 euro) hadden we allemaal een goede maaltijd en een drankje. Bizar goedkoop. En dat op een prachtig dakterras met uitzicht op het stadje. Verder deden we overdag weinig (want veel te heet), behalve onze smerige kleding wassen, de tassen herorganiseren, zwemmen en wat achterstallig verslag schrijven.
Paragliding
Deze ochtend werden we, zoals afgesproken, om 9.15 uur opnieuw opgepikt door de piloot van Atlas Paragliding. Hij was wat vroeger dan afgesproken, wat we heel fijn vonden, want ons reisschema was wat krap. Opnieuw reden we de hobbelige weg omhoog. Het was behoorlijk druk bovenop de berg, omdat er een kleding-fotoshoot gaande was, met toevallig ook een Nederlands model. Ik voelde me een landloper in m’n stoffige, zweterige outdoor-outfit terwijl we met haar praatten, in haar mooie sjieke (maar warme) jurk.
En toen was het eindelijk zover! We vonden het allemaal reuzespannend, maar hadden er ook veel zin in. We werden in het harnas gehesen en toen gingen we om beurten na elkaar de berg af: Tieme, Renske, ik, Jasper, Daantje. Na zolang mogelijk mee rennen richting de berghelling kwam je los en zweefde je hoog door de lucht. In de diepte lag onze landingsplaats, pal naast onze overnachtingsplek. Wat was het supergaaf!!! We kwamen allemaal stuiterend en enthousiast beneden en praatten de hele dag nergens anders meer over. Jammer was dat de trektocht daardoor helemaal naar de achtergrond verdween.
Het was een beetje een puzzel met de tijd, maar het verliep allemaal vlekkeloos dankzij de flexibiliteit van de Marokkanen. De chauffeur die ons naar Marrakech zou brengen, stond al te wachten bij het berberhuis. Hij was op de eerder, te vroege, afgesproken tijd aangekomen, maar vond het gelukkig niet erg dat hij had moeten wachten, omdat wij nog onverwacht waren gaan paragliden. Ook bij het kantoor waar we onze huurauto moesten ophalen waren we eigenlijk net te laat (van 12-14.30 uur was het kantoor dicht), maar ze wilden op ons wachten. De auto stond al klaar voor de deur. We hadden een Kia Sportage besteld, maar er stond een Toyota landcruiser Prada 4×4 klaar voor ons! Wat een mooie upgrade!
Na eerst nog wat perikelen om voldoende lucht in de banden te krijgen, gingen we op weg naar Aït Ben Haddou. Binnen anderhalf uur rijden hadden we onze eerste (en enige gelukkig) bekeuring te pakken. Zogezegd voor te snel rijden. We dachten er het onze van, maar we hebben hem maar betaald, want het was de discussie over 15 euro niet waard.
Ik had een route uitgestippeld via een mooie bergpas, maar eenmaal in de bergen begon het te stortregenen. Enorme modderstromen en grote stenen kwamen de hellingen af. De weg lag bezaaid met rotsen en de hellingen zagen er bepaald niet stabiel uit. Het was echt doodeng en gevaarlijk. De aanvankelijk geplande route over de bergpas lieten we voor wat het was, omdat dat weggetje nog veel smaller was en er daardoor helemaal geen uitwijken meer mogelijk was. We waren erg opgelucht toen we de bui en de bergen achter ons lieten.
In Aït Ben Haddou deelden we een kamer met z’n vijven. En er was een zwembad! Tijd voor ontspanning na alle inspanning.
Trekking dag 8: Tamsoult – Imlil – Aquergour
Gelukkig bleef het verder ‘s nachts droog. Evengoed sliep ik wel heel slecht, mede door het soms blatende, eenzame lammetje en de onmogelijke helling waarop onze tent stond. We ontbeten pas om 7 uur. De routine zat er ondertussen best aardig in: slaapzakken in de hoezen proppen, donsjasjes uit de kussenslopen in de zakjes, dagrugzakken en andere tassen inpakken, camelbacks en bidons vullen, ontbijten. Het kostte meer tijd dan het half uurtje dat Mohamed steeds in de gedachten had, maar we kwamen aan het eind van de trekking redelijk in de buurt. Na het ontbijt deelden we de fooien uit aan de mannen en maakte ik foto’s van onze groep.
En toen gingen we voor de laatste keer op pad. Het eerste deel van de tocht ging langs de oude refuge en diverse hutjes van herders. We passeerden een man met een muildier, die begon hard te roepen naar een herder hoog op de berg. Mohamed vertelde dat in de bergen op deze manier veel wordt gecommuniceerd en dat de mensen een uitzonderlijk goed gehoor hebben. Het was leuk om zo door deze meer, zij het schaars, bewoonde wereld te lopen met omheinde weitjes, kuddes geiten, herders, gestapelde muurtjes en terrassen met akkertjes.
We klommen verder omhoog door een jeneverbesbos met eeuwenoude bomen: een grote droge gruishelling met daarop her en der een Juniperus. Echt heel erg mooi (en warm). Uiteindelijk kwam de pas in zicht en achter ons zag ik onze muildieren aan komen. Ik liep snel door naar boven in de hoop nog wat mooie foto’s te kunnen maken bovenop de pas. Maar… Het was er een drukte van jewelste en er stond zelfs een kraampje bovenop! Blijkbaar was dit een druk belopen klim vanuit Imlil. Het was wat bevreemdend en lachwekkend.
We trakteerden onszelf op een glas versgeperste sinaasappelsap en de muildiermannen zetten de kinderen op een muildier voor nog wat foto’s (ook voor zichzelf en hun thuisfront). Daarna namen we definitief afscheid.
Onder in het dal zagen we Imlil liggen. Het was nog een flink stuk dalen en dat vonden m’n knieën niet zo leuk. Naarmate we verder daalden nam de beplanting toe. We liepen we door een prachtig walnotenbos met een irrigatiesysteem van goten. We kwamen aan in het dorp en liepen door naar de beroemde waterval van Imlil. Her was er een carnavalesk gebeuren met kraampjes, plateautjes met overkappinkjes, gammele bruggetjes en heel veel toeristen (zowel Europeanen als Marokkanen). Wat een gekkenhuis! Om Mohamed te plezieren maakten we een foto voor de waterval. Een zelfde situatie deed zich eerder voor in Nepal waar ik eveneens een foto maakte van een waterval enkel om de gids (Chirring) te plezieren.
Mohamed nodigde ons uit om bij hem thuis te komen eten. Vol trots nam hij ons mee naar z’n huis en stelde ons voor aan z’n ouders, broertje, zus en dochtertje. We aten salade, een tajine met kip, rijst en groenten. Het was heerlijk. Na de maaltijd kwam z’n vader bij ons zitten en praatten we vooral over klimaatverandering en de aardbeving, terwijl Mohamed de kinderen meenam om bij de schapen te kijken. De gevolgen van de aardbeving (2023) en klimaatverandering zijn duidelijk zichtbaar in Marokko en de mensen maken zich er veel zorgen over.
Toen was het om afscheid te nemen, de auto stond klaar. Althans… auto…. Het was een mini-bus voor 15 personen! De chauffeur zette ons een uur later af bij een eenvoudig berberhuis in Aguergour, waar we drie kamers hadden met elk een eigen douche en toilet; we waren de enige gasten. Er was geen airco en het was er ongelooflijk heet. We dachten aan al die mensen die nu een jaar na de aardbeving nog steeds in tenten woonden. De regio waar we waren was hard getroffen hadden we gezien.
We hoopten ‘s avonds te kunnen paragliden, maar het zag er niet zo gunstig uit, want het was wederom gaan regenen. Toch stond er ineens iemand in de hal die ons kwam ophalen om te gaan paragliden. We wilden net aan tafel gaan, dus het was even schakelen! We stapten in een gammele auto en onderweg werden nog wat mensen opgepikt, die in de kofferbak kropen of aan de buitenzijde aan de auto hingen. We reden ruim een half uur omhoog de bergen in, terwijl de jongen achter het stuur (de hoofdpiloot begrepen we) grapjes maakte en er vrolijk op los babbelde. Ik wist nog niet zo goed wat ik van deze spontane en onverwachte actie met deze ADHD-mannen moest vinden.
Eenmaal bovenop de berg werden de parachutes uitgelegd…. En toen draaide de wind…. We wachtten tevergeefs een klein uurtje. Geen paragliden vandaag. De teleurstelling was groot.
Gelukkig had de vrouw van de keuken ons eten bewaard en we schoven aan voor een late maaltijd met kip-tajine met frietjes. De volgende dag zouden we herkansen.
Afstand: 12.5 km – 436 hm
Trekking dag 7: Refuge – Tamsoult
Op deze ‘day-after’ mochten we ‘uitslapen’. Pas om 6 uur zouden we ontbijten. Iedereen was nog in diepe slaap toen om 5.20 uur de wekker ging. Er was weinig zin te bespeuren voor weer een wandeltocht nu het doel van de Toubkal was behaald. Maar wie A zegt, zegt ook B en dus gingen we gewoon weer op pad. Bij daglicht ditmaal. We klommen de bergflank aan de andere kant van de Refuge omhoog en deze in de diepte achter ons. Het was een mooie klim richting 3.600 meter en de prachtige trail liep lekker. Bovenop de pas passeerden de muildieren en begeleiders ons. We daalden de pas af via 69 haarspeldbochten. Daar had Mohamed het de vorige dag al over gehad, maar ik dacht hij zomaar een getal noemde om aan te geven dat het heel veel zigzags zouden zijn. Het bleken er echt 69 te zijn! Het was oppassen geblazen, want het paadje was glad, steil en bestond uit een dikke laag steentjes. Maar wat was het gaaf!
Er kwam ons een andere groep tegemoet. Ik hoorde iemand verbaasd zeggen: “amai, dat zijn kinderen!”. Trots zei ik dat de jongste 9 jaar oud was en gisteren op de Toubkal had gestaan.
We daalden af richting een waterval. Maar voordat we verder konden, moesten we eerst wachten tot een kudde geiten was gepasseerd. Ons paadje liep langs een hoge steile rotswand met daarop een kudde geiten, waardoor er steeds stenen naar beneden vielen. We namen plaats op een hoge rots langs de bovenloop van de waterval en genoten van wat rust en het uitzicht. Op den duur schoot Mohamed hard in de lach. Hij stond te balanceren op één schoen en één sok en gebaarde dat z’n andere schoen de diepte in was verdwenen….. Neeeee! Wat nu?! Hij kon toch niet verder op één schoen? Zelf schrok hij er minder van en behendig klom hij op z’n ene sok de steile kaarsrechte helling af langs de waterval om z’n schoen te halen. Die was gelukkig niet verder meegenomen door het woeste water.
Ondertussen zagen we de lucht betrekken in het dal waarnaar we op weg waren en dus besloot Mohamed dat we toch onze weg vervolgden en de rotswand zo snel mogelijk passeerden. Het was ontzettend spannend, zeker toen er een steen vlak naast ons op het paadje kletterde. We bleven zo goed mogelijk onder de rotswand en Mohamed hielp Tieme zo snel mogelijk over de passage heen. Er was geen tijd om naar de waterval te kijken. Al rennend wees Mohamed naar rechts: “And here you see the waterfall!”. We waren enorm opgelucht toen we voorbij de passage waren.
Opnieuw kwamen we een kleine groep tegen, Franssprekende Belgen ditmaal. Ze vroegen hoe oud Daantje was en of ze ook de Toubkal op was geweest. Het riep telkens een boel bewondering op.
We kwamen beneden bij de waterval en daar stond zowaar zelfs een kraampje. Vanwege de dreigende lucht bleven we er niet hangen. We liepen een prachtige kloof in, maar er was geen tijd voor foto’s, want de eerste spetters vielen al. Sinds september had het niet geregend en nu moesten zowaar de regenjassen helemaal onderuit de tassen gehaald worden! Afhankelijk van waar de muildiermannen ons kamp hadden opgebouwd, was het gelukkig niet meer zo heel ver waarschijnlijk. Gelukkig stonden ze inderdaad langs het riviertje en niet bij de oude berghut. Wat een prachtige plek tussen oude Jeneverbessen en rotsen. We doken gauw de keukentent in, terwijl de mannen onze tentjes opzetten tussen de buien door. Na wederom een fantastische lunch zochten we de tenten op om wat te rusten. Ondertussen was het gaan plenzen, lekte onze tent en onweerde het stevig. Het maakte de bergen om ons heen nog indrukwekkender en woester. Gelukkig was het droog tegen (een late) theetijd en hoefden we niet te verhuizen naar de refuge. Op een mooi plekje onder een oude jeneverbes lagen matten klaar, waar we eerst thee dronken met popcorn en daarna vrij snel door gingen met het avondeten.
Ondertussen was er een hoop te zien. De muildieren hadden hun graasplek beneden aan het riviertje en aan de overzijde liep een geitenlam hard om z’n moeder te roepen. Het beestje was duidelijk in paniek omdat hij z’n kudde kwijt was. Het zocht ons gezelschap op en Mohamed vertelde dat de herder hem vast kwam ophalen als hij de geiten had geteld. Maar dat gebeurde niet. De mannen besloten zich over het beestje te ontfermen, omdat het anders de nacht niet zou overleven. Het beestje viel in slaap in m’n armen; Daantje was helemaal verliefd. We waren ondertussen in de keukentent gaan zitten, omdat het weer was gaan regenen. Het was er gezellig zo met z’n allen. Met het einde van de trekking in zicht vertelde Mohamed dat hij zich de eerste dag wel wat zorgen had gemaakt, maar na dag 2 en 3 alle vertrouwen had omdat de kinderen zo ontzettend goed liepen. Hij vertelde ook dat de kok op de eerste dag verontwaardigd z’n baas had gebeld over het feit dat ze met jonge kinderen op deze zware tocht gingen, terwijl er volwassenen waren die dat niet eens redden! Elke dag had hij aan Mohamed gevraagd hoe het met de kinderen ging en hoe het gegaan was. Gedurende de week groeide het vertrouwen in en de trots op de kinderen. De betrokkenheid en zorgzaamheid van deze mannen maakten de trekking echt heel bijzonder!
Afstand: 14 km – 500 hm
Trekking dag 6: Topbeklimming Jbel Toubkal 4.167m
Om 1.30 uur lag ik klaarwakker in m’n tentje met Daantje tegen me aan geplakt. We moesten nóg vroeger opstaan dan anders en dat resulteerde erin dat ik nu wel heel erg vroeg wakker was. Tegen de tijd dat om 3.45 uur de wekker ging was ik net weer in slaap gevallen. We hadden een kwartiertje om ons aan te kleden en dan aan te schuiven bij het ontbijt in de keukentent. Het scheelde dat we niet alles hoefden in te pakken, omdat we nog een nachtje op dezelfde plek bleven. De kok had extra z’n best gedaan en had pannenkoeken gebakken op deze speciale dag. Dat wilde er in elk geval nog een beetje in. In de verte zagen we hoger op de berg een lint van lampjes. Om 4.45 uur startten we aan onze topbeklimming en vormden we ons eigen lintje. Het was een bijzondere ervaring, dat klimmen in het stikdonker over rotsen en stenen. Het was bepaald geen eenvoudig pad, maar iedereen vond z’n modus en gestaag gingen we omhoog, terwijl het langzaam steeds een beetje lichter werd.
We kwamen achter een jong stel te zitten en gingen er voorbij; ze hadden het duidelijk een stuk zwaarder dan wij. Vervolgens liepen we achterop een grote groep van een stuk of twintig fitte jongvolwassenen. Ze gingen allemaal voor ons aan de kant, zodat we konden passeren. Daar werd een mentale dreun uitgedeeld: ingehaald worden door een stel kinderen… We hoorden iemand vloeken “Goddamn! Those are kids!”. De kids kregen vleugels!
Het was veel frisser dan we hadden gedacht. De kinderen trokken regenjasjes aan, maar handschoenen waren ook niet verkeerd geweest; het was een vreemde gewaarwording na al die hitte. Na een paar uur klimmen kwamen we op het eerste deel van de top. Het ging allemaal nog verrassend soepel bij iedereen en, behalve de gebruikelijke kortademigheid, leken we weinig last te hebben van de hoogte. Over de graat van de berg klommen we verder richting de top en na een laatste flauwe helling stonden we om 8.00 uur boven! Wat was iedereen trots! En wat mooi om dit met z’n vijven te doen. We maakten de nodige foto’s, genoten van het uitzicht en de alpenkauwen, aten onze Snickers en spraken even met de Zwitserse dame, die we al een paar dagen steevast tegenkwamen. Zo bijzonder als dat wij het vonden dat zij deze trekking alleen deed, zo bijzonder vond zij het dat de kinderen dit deden.
We begonnen aan de lange afdaling. Mohamed nam Tieme onder z’n hoede en hielp hem op de lastige stukken. Het was soms verraderlijk glad. Mohamed vertelde dat er regelmatig doden vielen in de winter, doordat mensen de aanwijzingen van de gidsen niet opvolgden. Na 2en half uur kwamen we allemaal heelhuids beneden. Hongerig vielen we aan op de lunch in ons tentenkamp. En voor bij de thee ‘s middags had de kok bini’s (beignets) gemaakt, een ware traktatie en beloning op deze dag.
De rest van de middag bestond uit rusten. En tijd doorbrengen in de tent, want het begon zowaar te regenen! Dat had het sinds september niet meer gedaan. We moesten even afwachten wat dit voor de etappe de volgende dag zou betekenen. Bij veel regen konden hellingen instabiel worden en gezien het sinds de aardbeving van september 2023 niet meer had geregend of gevroren waren de bergen eigenlijk nog niet goed gestabiliseerd.
We keken met een trots gevoel terug op deze bijzondere dag. Wel vonden we deze topbeklimming allemaal minder zwaar en spectaculair dan de pas-oversteek van de dag ervoor. Maar we hadden toch maar mooi op bijna 4.200 meter gestaan! Een knappe prestatie!
Afstand: 9 km – 1000 hm
Trekking dag 5: Lac d’Ifni – Refuge Toubkal
De vijfde dag beloofde een lange te worden: we zouden een hoge pas oversteken van 3.660 meter en dan weer dalen richting de berghut onderaan de klim naar de Toubkal, de Refuge Toubkal.
Tegen heug en meug zaten we ons ontbijtje weg te werken in het schuurtje, met kaarsjes in de muren gestoken. Om 4.00 uur was de wekker gegaan. Ontbijten ging moeizaam op dit vroege tijdstip. We hadden haast om zo snel mogelijk te vertrekken; en niet wij alleen, maar ook de muildiermannen waren al hard bezig de muildieren klaar te maken, want ook hen wachtte een zware dag. De pas die we moesten oversteken bestond op grote gedeelten uit steile zigzagpaadjes met af en toe grote hoogteverschillen. Mohamed vertelde ons dat muildieren dat heel spannend en vervelend vinden. Muildieren onthouden heel goed en dus weten ze al wat er komen gaat, waardoor ze op voorhand al nerveus zijn. Inderdaad waren de muildieren de voorgaande avond al onrustig en was er een voor de zoveelste keer vandoor gegaan, met een muildierman op slippertjes achter haar aan rennend.
We vertrokken in het stikkedonker over het enorme puinveld dieper het dal in en lieten het meer achter ons. Het eerste gedeelte was flauw klimmen en waren het vooral de donkerte en de stenen die het uitdagend maakten. Ruim voordat we aan de echte klim begonnen was het licht. We klommen omhoog in een fantastisch mooie kloof. En heerlijk in de schaduw. Hoog boven ons torenden woeste en ruige bergen uit en het was nauwelijks te geloven dat we daar overheen konden.
We waren al een paar uur aan het klimmen, toen Mohamed zei dat het nog ongeveer een uur was tot aan de pas. Dat kwam hard aan bij Renske, bij wie de moed in de schoenen zakte. Ik zette een muziekje aan op m’n IPhone en zingend en dansend klommen we het laatste stuk omhoog (“We dansen de zon op!”). We did it!! Bijna 1.500 hoogtemeters hadden we overwonnen. Wat een enorme klim! Maar wat gaaf! Mohamed feliciteerde iedereen met een high five.
We hielden een korte pauze net onder de pas en daarna begonnen we aan de lange afdaling richting de Refuge de Toubkal. We hielden even stil bij de berghut voor een drankje en liepen daarna door naar een afgelegen plekje iets verderop, waar ons kamp stond opgesteld. Ditmaal inclusief de keukentent. De kok zette er in no-time weer een fantastische maaltijd klaar. Dat ging er wel in. Iedereen had honger als een paard na deze pittige etappe.
De rest van de middag fristen we ons op met een koude wisseldouche in de refuge, rustten we lekker uit en hadden we een mooie ontmoeting met een herder: toen we terug kwamen van het douchen kwam Mohamed met een geitje van 1 dag oud aanlopen, met naast hem een trotse oude man (hij bleek slechts 58 jaar oud te zijn, maar zag er uit als minstens 75 met die twee tanden die hij nog had). Hij had het jonge geitje gisteren in de bergen gevonden en het mee naar huis genomen om daar te verblijven tot het oud genoeg was om bij de kudde te blijven. Tot die tijd loopt de man elke dag met het geitje omhoog om bij de moeder te laten drinken. Trots gaf hij de kinderen om beurten het geitje in de armen en hij wilde ook nog wel even poseren voor de foto.
Ook deze avond doken we op tijd in onze slaapzakken, een beetje gespannen voor de top-beklimming de volgende dag. Tieme had wat last van de hoogte (hij had hoofdpijn en was misselijk); hopelijk verdween dat na een nachtje slapen.
Afstand: 12 km – 1485 hm